De typische viltvachten zijn de Komondor en de Puli.

puli

 Deze vachten hebben een lang doorgroeiende boven- en ondervacht waardoor dit gaat klitten en klitstrengen komondorgaat vormen.

Een viltvacht verhaart niet en moet niet worden geborsteld, maar de klitten hebben "begeleiding" nodig voor het vormen van strengen. De bosjes/vilten haar moeten steeds weer uit elkaar getrokken worden door gecontroleerd te 'scheuren'.

 De buik en de voeten worden geschoren, borstharen worden bijgeknipt.

 Een viltvacht wordt zelden gewassen omdat het enorm lang duurt om ze droog te krijgen.